Dat jaloerse gekibbel, die daverende lach
Dat is wat ik dacht toen ik haar voor het eerst zag.
Geen moment was hetzelfde
overal waar ik ook ging dacht ik maar aan één ding en dat was zij
niets kon mij verslaan want ik was onoverwinnelijk
met haar aan mijn zijde kon ik de hele wereld aan
Iedereen kon me wat
het enige wat ik nog wilde was bij haar zijn
me versleuren in het genot van de liefde
weg zijn van het dagelijks ding
zolang ik niet even bij haar was dacht ik aan haar
als ik bij haar was voelde ik een intens gevoel van geluk genot en liefde
toen was het over
moest ik het zelf maar weer uitzoeken
zien wat de dag mij bracht en wachten tot in het duizenden
